Wat is gewassen AEC-bodemas?
Het restafval van huishoudens en bedrijven wordt in Nederland verbrand in de afvalenergiecentrale (AEC). In ons land staan twaalf AEC’s die afval verbranden om energie op te wekken. Na verbranding van het afval blijft zo’n 25 procent aan ruwe bodemas over. Jaarlijks is dat zo’n twee miljoen ton.
Bodemas bestaat uit metaalresten en steenachtige materialen, zoals keramiek en glas, afkomstig van onbrandbare delen in het restafval. Ruwe bodemas is ongeschikt voor hergebruik door de aanwezigheid van schadelijke stoffen, zoals zware metalen en zouten die kunnen uitspoelen, maar ook omdat er grove delen metaal in zitten. Het storten van (ruwe) bodemas is verboden in Nederland.
Een aantal AEC’s en opwerkbedrijven werken samen een groot deel van de ruwe bodemas uit de afvalverbranding op in speciale opwerkingsinstallaties – naar de richtlijnen van het CMP (Circulair Materialen Plan) en de Green Deal. In deze installaties worden wateroplosbare verontreinigingen zoveel mogelijk verwijderd door het materiaal meerdere keren met water te wassen en te zeven. Het gebruikte spoelwater wordt continu gereinigd en hergebruikt. Tijdens het opwerkingsproces halen magneten en andere machines zoveel mogelijk ijzer, non-ferro en roestvrijstaal uit de bodemas, bestemd voor metaalrecycling. Ook waardevolle metalen, denk aan zilver, koper en aluminium, worden met allerlei scheidingstechnieken teruggewonnen. Hierna is de bodemas gereinigd en geschikt voor hergebruik.
Kwaliteitskeuring
De milieuhygiënische kwaliteit van elke partij gewassen bodemas moet worden gekeurd. Deze zogeheten partijkeuring gebeurt door onafhankelijke onderzoeksbureaus, die gecertificeerd zijn volgens het accreditatieprogramma AP04.
Tijdens de AP04 keuring worden monsters genomen en geanalyseerd op aanwezige verontreinigingen, zoals zware metalen. De analyses worden uitgevoerd door erkende laboratoria. Deze voor elke grond- en bouwstof wettelijk verplichte keuring moet voldoen aan de regels van het Besluit Bodemkwaliteit.
Strenge wet- en regelgeving
Om het hergebruik van gewassen bodemas in goede banen te leiden, is er strenge wet- en regelgeving opgesteld. Voor het vaststellen van de kwaliteit van gewassen bodemas zijn er beoordelingsrichtlijnen. Een beoordelingsrichtlijn (BRL) beschrijft de eisen waar een product aan moet voldoen. Als het product aan de eisen voldoet, krijgt het een certificaat. Dit certificaat wordt door een onafhankelijke certificatie-instelling verleend.
Een BRL gaat vaak verder dan wat wettelijk verplicht is, er staan ook technische en veiligheidseisen in. Het certificaat biedt de gebruikers van het product de zekerheid dat het bedrijf achter het product constante kwaliteit levert (dat wil zeggen: wanneer de k-waarden (waterdoorlatendheid) bij verschillende controles dicht bij elkaar liggen) en aan door de overheid erkende normen voldoet. Een BRL-certificaat is meestal drie jaar geldig, met jaarlijkse tussentijdse controles om te waarborgen dat het bedrijf aan de eisen blijft voldoen.
Twee beoordelingsrichtlijnen voor gewassen bodemas
Voor gewassen bodemas bestaan twee beoordelingsrichtlijnen. De BRL 2307-01 bevat de civieltechnische eisen voor de toepassing in infrastructuurwerken. De BRL 2307-02 regelt de milieukundige eisen volgens het Besluit Bodemkwaliteit (2022). Deze regelgeving moet bodem en grondwater in ons land beschermen. Als een AEC of opwerkbedrijf een productcertificaat ontvangt, is de gewassen bodemas die het heeft geproduceerd, goedgekeurd voor hergebruik in infrastructuurprojecten.
In juridische termen houdt dit in dat de gewassen bodemas aan de kwaliteitseisen voor ‘niet-vormgegeven toepassingen’ in het Besluit Bodemkwaliteit voldoet. Dat betekent dat de gewassen bodemas, net als zand en grind, ‘ongebonden’ is toe te passen zonder isolatie-, beheers- en controlemaatregelen (IBC). Bij elk infrastructuurproject geldt de wettelijke verplichting om het gebruik van bodemas (vier weken vóór de levering) te melden aan het bevoegd gezag (gemeente, provincie, waterschap of rijksoverheid).
Niet-gereinigde bodemas voldoet niet aan het Besluit Bodemkwaliteit en daarmee niet aan de kwaliteitseisen voor ‘niet-vormgegeven toepassingen’. Wel mag dit type bodemas nog 2 jaar worden toegepast in immobilisaat. Toepassing in beton is vanaf januari 2026 verboden. De term ‘immobilisaat’ wil zeggen dat de bewerker aan de niet-gereinigde bodemas bindmiddelen en andere toeslagstoffen toevoegt, zodat het materiaal uithardt (en ‘vormgegeven’ wordt).
Onderstaande illustratie brengt het hele proces van huishoudelijk restafval tot de toepassing van gewassen bodemas in beeld: